Paul, Catherine en Wouter

PAUL
Je kiest een beetje bekende Bekende Nederlander en je maakt er een blaadje mee, verkoopt altijd wel. Is het zo simpel? Nee. Vraag maar aan Heleen van Royen. Het blad LINDA. Verkocht vanaf het eerste nummer heel goed, maar vooral ook omdat het blad goed gemaakt wordt. Er was meteen een eigen gezicht, door de vormgeving, door de tekstbehandeling, door de onderwerpkeus. Want wat is een goed gemaakt blad? Je voelt dat alles klxf3pt. Een goed gemaakt blad heeft DNA, in alle haarvaten hetzelfde DNA. Neem wat wangslijm af van de cover, verzamel wat schilfers van diverse intro’s, trek een haar uit de twee belangrijkste columns en ja hoor: match. Zelfde toon, zelfde lef, zelfde licht. Ook als het blad niet LINDA. had geheten, was het een succes geweest. Maar Linda de Mol was natuurlijk de publiciteitsbonus, tot op de dag van vandaag. Een personality-glossy heeft voor- en nadelen. Het voordeel is ook het nadeel. Je mag Heleen van Royen of je mag haar niet, dus je koopt haar blad of je koopt het niet. Je wiegt mee met Rik Felderhof of juist niet, dus.. Je mag Catherine Keyl of je mag haar niet, dus.. Een personality-glossy stxe1at er wel meteen, dat scheelt een hoop marketinggeld. Onbegrijpelijk dat er nog geen blad met Paul de Leeuw is, een mooie grensverleggende glossy (essay over beledigen, maar ook zes pagina’s met zes blote konten close. Van wie zijn deze billen? Van Caroline Tensen? Van Estelle? Paul de Leeuw krijgt zoiets voor elkaar. Trouwens, ze waren van Leco). De glossy PAUL zou een instant succes zijn. Zoals de internationale lifestyle glossy BECKHAM dat zou zijn. Of, in Nederland, de KATJA. Eenmalig of regulier. Zxe9ker minstens eenmalig: een topculinair magazine met culigoeroe Johannes van Dam. Indien vaker: Johannes 1, Johannes 2. Het blijft een leuk spelletje: wie wel wie niet. Cruijffbijvoorbeeld niet, ik zou niet weten waar dat over zou moeten gaan. De omgeving van iemand moet zowel spannend als nieuwsgierigmakend zijn. Het bladGORDON zou zeker verkopen.

CATHERINE
Zowel spannend als nieuwsgierigmakend. Daarom valt het blad Catherine zo vaak zo tegen. Catherine Keyl is een tof wijf, onorthodox, zit in Ranking the Stars, zou ja zeggen tegen Playboy. Dat alles vind je niet terug in haar blad. Leg je hand op het logo Catherine en met geen mogelijkheid kun je raden welke personality de afzender is. Er blijft iets obligaats onpersoonlijks over. Leg je hand op het logo van Felderhof en de Villasfeer blijft je bespringen, het hele blad heeft het DNA van de goede maaltijd goed gesprek. Het gaat bij personality-magazines dus niet alleen om de persoon, maar vooral om de afgeleides. Je komt op de persoon af, je denkt die is leuk, of gek, of exhibitionist. Dus het blad zal ook zo zijn. Sterker: het blad mxf3et zo zijn. Dat is de kracht van het genre. Het blad Catherine heeft geen Keylsfeer.

WOUTER
Tijdens de recente Italiaanse verkiezingen kwam de El Corriere della Sera uit met vier verschillende covers. Op de ene cover Berlusconi, op de andere drie zijn drie concurrenten. Zoiets is vaker vertoond, maar niet in verkiezingstijd. Elk serieus Amerikaans tijdschrift kan dat doen: cover Hillary, cover Obama, hetzelfde nummer om en om in de winkel. Ik zou een stap verder willen gaan. Wat niet uit mijn kop te slaan is: het is verkiezingstijd en in elke winkel zie ik een display met ruimte voor zeven personality-bladen. Daar liggen ze: de WOUTER, de FEMKE, de JAN PETER, de RITA, de MARK, de JAN.  Elke lijsttrekker een eigen blad! En elk blad anders, want bladenmakers hebben met hun tijdschrifttechnieken de verschillende partijprogramma slim vertaald en toegankelijk gemaakt. Geen hond leest een verkiezingsprogramma, maar dit leest men ongemerkt wxe9l. In de RITA de Special ‘Trots’, tien Nederlanders vertellen waarom ze trots op Nederland zijn. In de WOUTER mensen aan het woord die subsidie voor iets hebben gehad en dat-deden-ze-er-mee. Zelfs de GEERT kwam tenslotte van de grond.